Schrijfsels

Naast mijn werk als Afscheidsbegeleider werk ik bijna 25 jaar als geestelijk verzorger in de
psycho-geriatrie. Het is mijn dagelijks werk om bezig te zijn met de religieuze beleving van dementerende ouderen die een kwetsbare periode in hun leven meemaken, niet meer voor zichzelf kunnen zorgen en aangewezen zijn op verpleeghuiszorg.
In mijn werk als geestelijk verzorger heb ik persoonlijke contacten, leid ik kerkdiensten en bijbelgroepen, verzorg ik spreekbeurten en ben ik betrokken bij herdenkingsbijeenkomsten.

Over de mensen en hun familieleden die ik in mijn werk ontmoet heb ik verschillende verhalen geschreven.
In de loop der jaren zijn deze verhalen gepubliceerd in vakbladen, streekkranten, kerk- en personeelsbladen.
Ik noem ze Schrijfsels en op mijn website publiceer ik er enkele.
Zomaar, als een proeve van bekwaamheid...

Het spreekt vanzelf dat er op deze verhalen copyright rust.
Maar wanneer lezers ze willen gebruiken verleen ik bijna altijd toestemming,
Het is wel zo netjes als dat per e-mail even gevraagd wordt….
Ik stel het op prijs als de bron vermeld wordt.

Dirk

Mijnheer, heeft u Dirk gezien?"
Om de paar minuten stelt ze dezelfde vraag: "Heeft u Dirk gezien?"
Dirk is de man die sinds een jaar of tien haar partner is.
Iedere middag om twee uur komt hij op bezoek. Dat is vaste prik en dat weet ze, maar ze vergeet het wel eens en dat komt steeds vaker voor. Vandaar dat ze hem voortdurend loopt te zoeken.
Om half twee zit ze al in de ontmoetingsruimte van het verpleeghuis. Ze heeft een plaatsje gekozen vanwaar ze de deur in de gaten kan houden. Als hij binnenkomt stralen haar ogen en ze oogt als een verliefde jonge meid. Dirk blijft de hele middag en ze zitten dicht bij elkaar, hand in hand, net twee tortelduifjes.
Ze drinken een kopje koffie, een kopje thee en hij vertelt haar wat hij heeft gedaan toen hij niet bij haar was. Ze geniet en dat is haar aan te zien. Het zijn voor haar de mooiste uren van de dag.

Dirk, die naam schiet in haar gedachten als ze 's morgens wakker wordt.
Ze kijkt om zich heen, maar ziet hem nergens.
Aan de zuster die haar helpt om uit bed te komen, vraagt ze waar Dirk toch is.
"Dirk is thuis, mevrouw, en vanmiddag komt hij op bezoek."
In haar ogen lees je verwarring. Dirk thuis, maar hij was toch net nog hier?
En als Dirk thuis is, waar is zij dan?
Haar ogen zijn vraagtekens.
Zij zal het die ochtend nog wel eens vragen, tientallen, misschien wel honderden keren: "Heeft u Dirk gezien?" Als ze iemand treft die iets van haar situatie afweet, krijgt ze te horen dat Dirk vanmiddag komt. Vanmorgen heeft hij andere dingen te doen, moet hij zijn boeltje bijhouden, stoffen, stofzuigen, ramen zemen, enz. Ze weet het weer (voor even) en beaamt het grif: "Dirk is toch wel zo'n goeie ziel, altijd in de weer. Ze heeft het toch maar met hem getroffen."
Haar ogen glanzen als ze over hem praat. Ze schuifelt verder, op weg naar de volgende. En je weet wat haar volgende vraag zal zijn: "Heeft u Dirk gezien?"

Maria

"Dominee, mag ik u iets vragen?"
Ik was net klaar met m'n verhaal. Het ging die ochtend in de bijbelgroep van het verpleeghuis over Pasen. Ik vertelde het verhaal van Maria Magdalena die ontredderd was omdat ze net had ontdekt dat het lichaam van haar Heer niet meer in het graf lag.
Maria loopt door de graftuin te dwalen, niet wetend wat ze nog met haar leven moet.
En dan heeft ze een ontmoeting met de tuinman. Hij spreekt haar aan en noemt haar naam: "Maria!" Maria krijgt de verrassing van haar leven, want in die tuinman herkent ze de opgestane Heer.
"Dominee, mag ik u iets vragen?"
De bewoonster die me aansprak keek me met grote ogen aan. "Weet u, ik heet ook Maria. Louise Maria, net als die Maria uit het verhaal. Ik heb nooit geweten dat ik naar die Maria heet, de vrouw die zo dicht bij Jezus in de buurt was."
"Wat denkt u," ging ze verder "zou mijn moeder me daarom zo'n mooie naam gegeven hebben, omdat ze me wilde vernoemen?" Het antwoord op die vraag moest ik schuldig blijven en ik zei haar dat ik dat niet zeker wist, maar dat het heel goed mogelijk was.
Aan haar gezicht was te zien dat mijn antwoord er helemaal niet toe deed. In haar herinnering was ze bij de moeder bij wie ze kind was geweest, en die haar waarschijnlijk ook verteld had van de Here Jezus die haar allergrootste vriend wilde zijn.
Ik zag ook nog iets anders. Ik zag Louise Maria in de Paastuin met de Tuinman in gesprek. Ze was de gelukkigste vrouw op aarde omdat zij zojuist haar naam had horen noemen: "Maria!" en dat maakte haar dag helemaal goed.

De geur van “rouwe” andijvie...

Ze kon de lucht ervan niet verdragen en had het ook nooit meer gegeten.
Het stond die avond op het menu, rauwe andijvie. Moeder had gekookt en toen vader thuis kwam, schoof het gezin aan tafel. Vader, moeder en 2 dochters, het jongste kind, een jongetje van 2, lag al in zijn bedje, het was die middag een beetje huilerig geweest. Halverwege de maaltijd werd de oudste dochter, een meisje van 7, naar boven gestuurd om te kijken of het kind al sliep. Ze bleef lang boven en het bleef lang stil. Zo lang dat vader zelf naar boven liep om te kijken waar ze bleef. Ze stond daar op de overloop, te dralen, een wit gezichtje.... niet wetend wat er was en wat ze moest zeggen, wat wil je ook, een kind van 7.
Toen vader het kamertje binnen liep zag ook hij...
Hoe het kon gebeuren en wat de oorzaak was, heeft niemand ooit kunnen vertellen. Het kwam wel vaker voor, ook nu nog wel, dat een kind dood in zijn bedje ligt.
Sinds het meisje naar boven werd gestuurd om te kijken of het broertje al sliep, werd alles anders... Moeder raakte in een stille depressie waaruit ze nooit meer is ontwaakt, vader ging iedere dag naar de begraafplaats en stond daar maar. Dat ze nog 2 andere levende kinderen hadden drong de eerste jaren nauwelijks tot hen door. Hulp was niet voorhanden en toen de man ten einde raad bij de huisarts raad kwam vragen, kreeg hij ten antwoord dat het misschien zou helpen als er een ander kindje bij kwam en dat gebeurde... Het werd een meisje met een hartafwijking.... bij sommige mensen houdt verdriet nooit op...

De dood van het jongetje heeft het leven van dat gezin getekend. Hun toekomst was er een met een zwarte rand. Niet alleen het leven van die vader en moeder, ook dat van hun 2 dochters en van het meisje dat er, toen, nog niet was.

Het speelde zich af in de jaren vijftig, maar de herinnering aan die avond gaat langer dan een mensenleven mee. Herinnering aan verdriet, verlies, niet begrijpen, eenzaamheid, de geur van “rouwe” andijvie...

Mijn vader is een weduwnaar met een vrouw

Zo verwoordde de jongste zoon de eenzaamheid en het verdriet van zijn vader tijdens de periode van dementie van zijn moeder: "Een weduwnaar met een vrouw".
Jarenlang bezocht de man zijn vrouw in het verpleeghuis. Gedurende die periode had hij nauwelijks contact met haar. Ze lachte lief naar hem zoals ze naar iedereen lief lachte. Dat hij ruim 50 jaar haar wettige echtgenoot was en lief en leed met haar deelde, was uit haar herinnering weggevallen.
Hij was trouw en kwam bijna iedere dag. Zijn leven was zo met het hare verweven dat hij zelf geen leven meer had. Hij deed het huishouden en dacht aan haar, stapte in de auto om voor een paar uur bij haar te zijn en kwam terug in een leeg huis.
Als hij weduwnaar was geweest, dan had hij - ondanks de rouw en de pijn om het afscheid - zijn leven wellicht weer inhoud kunnen geven en misschien nog wat kunnen genieten van kinderen en kleinkinderen.
Maar hij had nog een vrouw die hij, koste wat kost, wilde overleven. Als zij er niet meer was, kon ook hij rustig de ogen sluiten.
Zijn wens is vervuld. Vijf weken na het onverwachte overlijden van zijn vrouw, stierf ook hij. Even onverwacht, maar wat betekent dat woord in zo'n situatie?
In mijn herinnering leeft hij voort als een van de mensen voor wie ik grote bewondering heb. Die het dan toch maar aandurven om de zorg voor de partner of ouder uit handen te geven en misschien is dat moeilijker dan in de thuissituatie te blijven aantobben.

Een terloopse opmerking

Het was een wat terloopse opmerking, hij had z'n bed weggegeven. Hij had het toch niet meer nodig. Jarenlang hadden er 2 bedden dicht naast elkaar gestaan, voor z'n vrouw en voor hem. Maar dat ene bed werd al jaren niet meer beslapen. Sinds z'n vrouw in het verpleeghuis was opgenomen stond het ongebruikt in de slaapkamer, naast het zijne. Hij werd er dagelijks mee geconfronteerd en nu had hij eindelijk de moed opgebracht om het weg te doen.

Een terloopse opmerking, maar als je goed luistert hoor je het verdriet en de eenzaamheid. Dat is de keerzijde van een opname in het verpleeghuis. Er komt een moment dat je ook zelf moet toegeven wat anderen allang weten, nl. dat er geen andere oplossing is. Je kunt nu eenmaal geen 24 uur lang de zorg voor je partner dragen. Als ook bij jou de jaren gaan tellen is dat niet vol te houden. En dan, na lang wikken en wegen, breng je de ander weg, met een hart vol pijn. En aan de avond van die dag slaap je voor het eerst - sinds lange tijd - alleen. Je ligt lang wakker, het is vreemd stil, pijnlijk (on)gewoon.
Er is geen ander naast je met wie je nog even de dingen van de dag kunt doorpraten, geen lief lichaam met wie je nog iets van intimiteit kunt delen, geen nachtzoen, geen streling, zelfs geen welterusten.

En dan - als je er een beetje aan gewend bent - komt er een dag waarop je de moed vindt om dat bed weg te doen, een ander kan het goed gebruiken. En je neemt - voor de zoveelste keer - afscheid van iets dat voorgoed voorbij is, en dat iets staat voor vertrouwdheid, een praten zonder woorden, een samen slapen en samen wakker worden, een ontbijtje en alles wat er bij je-leven-samen hoort. Wie zei dat ook weer: afscheid nemen is een beetje sterven...

“Wil mij behoeden en op handen dragen…”

Soms vloeien bijbelse verhalen en persoonlijke beleving naadloos in elkaar over.
Dit overkwam mij toen ik dit voorjaar een preek maakte over de genezing van een bezeten mens, een verhaal dat we vinden in Lukas 8: 40-56. Een bezeten mens is iemand die beheerst wordt door een ander, hij is bezet gebied, hij hoort stemmen die hem alle kanten op sturen….

In dezelfde tijd verbleef mijn dochter op Haïti, een paar dagen na de alles verwoestende aardbeving op 12 januari, is zij er naar toe gegaan. Dat was toch gepland, zij zou er onderzoek gaan doen in het kader van haar studie, maar door de aardbeving werd alles anders. De mensen op wie zij haar onderzoek zou richten zijn om het leven gekomen en plotseling stond zij voor de taak om in een split second haar onderzoeksdoelen opnieuw te formuleren. Zij verbleef bij de allerarmsten op aarde, mensen levend in een tentenkamp met slechts een handjevol rijst en een slokje water. Tot begin mei werd er op straat geslapen omdat naschokken iedere keer weer voor paniek zorgden. Van al die miljoenen die de wereld bijeen bracht hebben de mensen op Haïti nog maar weinig gezien. Mijn dochter is hier in Nederland opgegroeid, maar geboren in Haïti en daar is haar huidskleur ook naar. Zij spreekt inmiddels goed Creools, de inheemse taal, en heeft daardoor een voorsprong op alle hulpverleners die daar ook werken, maar vanwege diepgeworteld wantrouwen, weinig ingang vinden bij de lokale bevolking.

Zeker in de maanden van chaos na de aardbeving was men zodanig in verwarring dat de lontjes kort waren. Er waren voedselrellen waar mijn dochter soms ongewild getuige van was en er midden in verzeild raakte. Zoals die ene keer dat buitenlandse militairen met 6 man hun karabijnen op haar richtten om haar de doorgang te belemmeren, een angstig moment. Toen haalde ze haar Nederlandse paspoort te voorschijn en hield dat boven haar hoofd. Dat hielp, de militairen deinsden terug, werden, als het ware, heel klein en dropen af. En ook in andere levensbedreigende situaties verrichtte het Nederlandse paspoort wonderen en werkte het als een volmacht, een schild en bescherming om de vijand te laten afdruipen.

Waarom ik u dit vertel, omdat het naar mijn idee raakt aan de positie die Jezus inneemt zodra Hij aan land stapt om de mensen een hart onder de riem te steken en de confrontatie beleeft met die bezeten mens. Zijn volmacht wordt erkend, die kwade geest die in die man huist, begint bij voorbaat al te schreeuwen. Jezus heeft geen paspoort nodig om te laten zien en om de vijand te overtuigen, zodra Jezus in de buurt komt weet die vijand dat hij verloren heeft.

Wat moeten wij met dit verhaal?
Als we eerlijk zijn tegen onszelf moeten we bekennen dat er in ieder van ons wel iets zit van die bezeten mens. Dat lezen we aan het eind, als de mensen uit de stad komen kijken als ze horen wat er is voorgevallen met die bezetene en met die zwijnen. Ze willen met eigen ogen zien en Lukas tekent op dat, als ze die man zien zitten aan de voeten van Jezus, gekleed en bij zijn volle verstand, ze door schrik worden bevangen. Wat zegt dat over ons, over een samenleving die schrikt als er een echt normaal mens aan Jezus’ voeten zit? Hij voegt zich niet in het patroon van de gewone mensenwereld die uiteindelijk te allen tijde kiest voor zichzelf. De gek tussen de graven, dat is ons spiegelbeeld. Daar kunnen wij wel mee leven, dat vinden wij normaal. Zoals die soldaten in Haïti het normaal vonden om met 6 man sterk een jonge vrouw onder schot te houden.

Het evangelie van Jezus Christus vertelt de verhalen van het Koninkrijk van God. Dat is toekomstmuziek, daar kunnen we alleen van dromen. Wij leven in deze wereld, dit is de werkelijkheid van vandaag, hier heerst de realiteit van de chaos en de kilte. Wij kunnen alleen overleven als God zijn liefde als een mantel om ons heen slaat, ons behoedt en op handen draagt.


 

 

Peter Stam
Afscheidsbegeleiding
Digna Johannaweg 231
3193 PE Hoogvliet

06 – 226 99 249
E: afscheidsbegeleiding@telfort.nl


copyright by Peter Stam | 2009